ZonMw: hoe zorgt wetenschappelijk onderzoek voor een betere re-integratie van medewerkers in 2e spoor?

Bij Fith werken we evidence-based. Dat betekent dat we waar mogelijk gebruik maken van wetenschappelijk onderbouwde tools en methodieken. Deze worden door onze adviseurs gecombineerd met hun ervaring uit de dagelijkse praktijk. Hierbij streven we naar steeds het beste resultaat voor de kandidaat en werkgever. Waarom? Omdat wij opdrachtgevers en kandidaten zo doordacht en succesvol mogelijk ondersteunen. Het ZonMw onderzoeksproject helpt om 2e spoor trajecten sneller en met meer succes te doorlopen. Aan de hand van zeven vragen aan Nelleke van Antwerpen, leer je meer over dit ZonMW project.

Zeven vragen over het ZonMw onderzoeksproject

1. Wat is ZonMw?
‘ZorgOnderzoek Nederland (ZON) is in 1998 bij wet opgericht (De wet op ZON). Sinds 2001 bestaat tussen ZON en het gebiedsbestuur Medische Wetenschappen (MW) van Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) het samenwerkingsverband ZonMw. ZonMw is een zelfstandig bestuursorgaan en heeft als doel om met kennis te werken aan een goede gezondheid voor iedereen.’

2. Wat is de aanleiding van het ZonMw project in relatie tot verbetering van 2e spoor re-integratie?
‘Een succesvol 2e spoor re-integratietraject reduceert de kosten voor de werkgever, die flink kunnen oplopen bij een zieke werknemer. Het is ook belangrijk voor een werknemer om een grote terugval in inkomsten in de toekomst te voorkomen. Daarbij kan een succesvol proces het welbevinden van de werknemer verbeteren. Dit vergroot de kans op duurzame werkhervatting. Helaas zien we dat een re-integratietraject vaak wordt gezien als een moeizaam proces dat niet altijd tot gewenste resultaten leidt. Daarnaast geven betrokkenen aan dat er onvoldoende aandacht is voor:

  • gevoelens van rouw;
  • geloof in eigen kunnen;
  • de motivatie van de werknemer. 

Wij zijn ervan overtuigd dat ieder 2e spoortraject, aan de hand van dit project, met nog meer succes kan worden afgerond. Een missie waar wij ons graag hard voor maken.’

3. Heel concreet: wat gaat er dan verbeteren?

‘Met dit ZonMw project – gelieerd aan het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport – onderzoeken, ontwikkelen en evalueren we een integrale aanpak rondom re-integratie 2e spoor. Dit moet leiden tot een nieuwe, integrale aanpak, gericht op de drie betrokken partijen in een 2e spoor traject, namelijk:

  • zieke werknemers;
  • hun werkgevers (oude en nieuwe);
  • re-integratiebegeleiders en coaches zoals bij Fith.

Deze aanpak is gebaseerd op het Integratief GedragsModel (IGM) en biedt handvatten voor alle drie de betrokken partijen. Deze aanpak is naast praktisch toepasbaar ook overdraagbaar. Dat betekent dat ook andere organisaties dit in de toekomst kunnen inzetten. Doordat de IGM aan de basis ligt, kunnen we hierop handvatten ontwikkelen voor alle partijen, waarbij iedereen dezelfde taal spreekt. Dat is een groot pluspunt.’

4. Met wie werkt Fith binnen dit project samen?

‘Dat zijn voor ons bekende partijen waarmee we echt meters kunnen maken: ZINZIZ (als trainings- en onderzoeksbureau), Janske van Eersel (expert rondom rouw bij baanverlies) en een aantal werkgevers zoals KLM, Hago Zorg en delen van de Rijksoverheid.’ 

5. Kun je kort meer vertellen over het IGM dat aan de basis ligt? 

‘Het IGM gaat uit van zeven persoonlijke kenmerken die menselijk gedrag bepalen. Het kijkt zowel naar het “willen” als het “kunnen”. Het ‘willen’ en ‘kunnen’ van de kandidaat samen bepalen of de kandidaat daadwerkelijk aan de slag gaat met het zoeken naar werk. En ook of deze in staat is om nieuw werk te bemachtigen en dit te behouden. Bijvoorbeeld: iemand die wel wil solliciteren maar daar de vaardigheden (nog) voor mist, of door omstandigheden zijn vaardigheden beperkt kan inzetten, hervat minder gemakkelijk het werk en realiseert dus minder snel de beoogde doelen. 

Het is belangrijk om deze gedragskenmerken in beeld te brengen en kandidaten, en ook hun werkgevers, hierop te coachen en te ondersteunen. 

Hiervoor ontwikkelden we al een diagnosemethodiek en ontwikkelen we nu binnen dit project op een aantal gebieden nieuwe handvatten:

Diagnose aan de hand van het IGM
Sinds 2021 starten onze trajecten met een diagnose aan de hand van het Integratieve Gedragsmodel (IGM). Aan het begin van ieder traject, in de intakefase, worden in een aantal gesprekken de relevante kenmerken – die een succesvolle re-integratie beïnvloeden – samen met de kandidaat in kaart gebracht. Aan de ene kant gaat het hierbij om ‘het kunnen’: 

  • vaardigheden om te kunnen solliciteren en het werk uit te voeren;
  • het vermogen om aan doelen vast te houden en problemen onderweg op te lossen (zelfregulering);
  • kansen op de arbeidsmarkt;
  • belastbaarheid;
  • eventuele belemmeringen die in iemands omgeving kunnen spelen. 

Aan de andere kant is ook het ‘willen’ relevant. Intentie (motivatie) wordt bepaald door:

  • iemands geloof in eigen kunnen;
  • het belang dat iemand hecht aan werk;
  • welke voor- of nadelen iemand verwacht van weer aan te werk gaan (houding ten opzicht van werk);
  • de sociale stimulans die iemand ervaart;

Zodra we weten welke factoren belemmerend of juist helpend werken, kunnen we daarmee gericht aan de slag. Hiervoor wordt een plan van aanpak opgesteld. 

Evidence Based Coaching aan de hand van het IGM
De volgende stap die we binnen dit project zetten, is dat we gerichte en evidence based methodes gaan inzetten bij het coachen op de gedragskenmerken uit het IGM. Welke bewezen methodes werken het beste om het zelfsturend vermogen van mensen te vergroten? Welke oefeningen of acties hebben een bewezen effect op sollicitatievaardigheden of het ervaren van sociale steun? Etc. 

Toolbox voor kandidaten
In het project wordt daarnaast een toolbox ontwikkeld voor de kandidaten zelf, met individuele coaching oefeningen, testen en informatie, waarmee zij zelf interactief en naar eigen behoefte aan de slag kunnen. 

Werkgeversmodule 
Tijdens dit onderzoek ontwikkelen we tenslotte ook e-learning modules die van toegevoegde waarde zijn voor werkgevers. Hierbij is zowel aandacht voor de rol van de oude als de nieuwe werkgever. Zeker de rol van de oude werkgever wordt vaak onderschat, terwijl de relatie tussen hem en de kandidaat van grote invloed is op het slagingspercentage van een 2e spoor traject. Dit heeft onder andere te maken met het gevoel van rouw bij (dreigend) baanverlies, waarover we eerder eens een blog schreven.’ 


Tip: Meer over het IGM en de toepassing ervan binnen dit project vertelt onderzoeksbureau ZINZIZ ons binnenkort in een artikel. 

6. Wanneer kunnen we eerste resultaten verwachten?

Gedurende het gehele project zijn er diverse denktanks met onder andere de werkgevers en deskundigen en is er een klankbordgroep van ervaringsdeskundigen. ‘We starten in oktober met de eerste ‘pizzasessies’. Tijdens deze bijeenkomsten onderzoeken we, samen met ZINZIZ en Janske, de dossiers en doen we startmetingen. Vanaf half november start een programma van masterclasses voor de coaches. Parallel daaraan worden onze digitale systemen en werkprocessen hierop aangepast, zodat ook de technologie deze taal spreekt en ons faciliteert. Ook de toolbox voor kandidaten en de e-learning programma’s voor werkgevers komen naar verwachting begin 2024 beschikbaar.

Het project beslaat in totaal vier jaar (2023-2026) Het eerste jaar is gebruikt om te ontwikkelen. Vanaf 2024 gaan we implementeren en kunnen we de effecten gaan meten. Uiteraard zullen we tussentijds de resultaten delen. De komende jaren ligt de focus op onderzoek wat wel en wat niet werkt en daarna zullen we blijven bijschaven.’ 

7. Weegt de tijdinvestering wel op tegen de opbrengsten?

‘Het is een tijdrovend, maar vooral boeiend traject dat onze dienstverlening nog verder verbetert. Dat betekent meer, snellere en duurzamere plaatsingen en hogere tevredenheidsratios. Daarbij vertrouwen wij erop dat zowel onze opdrachtgevers als kandidaten zich beter gehoord en geholpen voelen wanneer iedereen dezelfde, onderbouwde taal spreekt.’